nov 062014
 

Boekwinkels vol

Zwarte koffie en een leeg scherm. Ik ben schrijver, zoveel is duidelijk. Klassieke muziek op de achtergrond of helemaal stil. Keukentafel bij het raam. Laptop op verhoging, kinderen op school. Omstandigheden dik in orde.

Eten voor vanavond al in huis. Rekeningen betaald, mail bijgewerkt. Niks dringends op mijn to-do lijstje. In mijn telefoon heb ik rijtje onderwerpen staan. En bijna iedere dag gebeurt er wel iets ‘columnwaardigs’.

Maar vandaag is het mistig. Buiten en binnen. De woorden zitten verstopt en komen maar mondjesmaat. En ik weet hoe het komt. Het is niet het slaapgebrek door een gezellige vergadering met koffie en wijn gisteravond. Hoewel dat niet helpt. Het is niet de verbouwing bij de buren. Ik ben het zelf.

De moed is me in de schoenen gezakt. Ik heb een paar mooie boeken gelezen de laatste tijd. Boeken die ergens over gaan, verhalen met vaart en fantasie. Toen ik in 2001 van tekstschrijven mijn werk maakte, ontdekte ik al snel dat ik daardoor bijna niet meer gewoon kon lezen. Ik streepte en herschreef in mijn hoofd. De vorm werd zo belangrijk dat de inhoud er haast niet doorkwam.

Nu heb ik een nieuw groot nadeel ontdekt. Ik word jaloers en klein van mooi geschreven teksten. Ik ben geen Annie MG, geen Daniƫl Lohues. Ik bedoel het goed, ik hou van verhalen en van de mensen die ze vertellen. Ik heb zelf ook heus wel wat te melden. Maar ik ben de noodzaak even kwijt. Er is al zoveel moois geschreven. Wie zit er te wachten op mijn werk?

Dit soort gedachten werken verlammend. De meeste dagen kan ik er wel doorheen of omheen werken. Ik zet er andere gedachten tegenover. Dan pak ik mijn eigen plekje in het landschap van schrijvers en doe waar ik goed in ben. Maar vandaag is het mistig. Ik laat mijn schrijvershoofd even met rust en ga lekker lezen.

  •  november 6, 2014

Sorry, the comment form is closed at this time.