Even een column voor mensen die zich verbazen over de schrijffouten die ik af en toe maak in mijn columns.
Crisis
Het is crisistijd. Al meer dan een jaar horen we elke dag hoe erg het is met de financiële crisis. Vorige week kwam daar na veel vijven en zessen nog een kabinetscrisis bij. Al dat gecrisis, je zou er somber van worden. En voor mensen die hun baan kwijtraken valt er natuurlijk weinig te lachen. Maar bij mij werkt het woord crisis wel op de lachspieren.
Op de middelbare school kregen we geschiedenisles over de crisis van de jaren 1930. De lolbroek van de klas had kennelijk een les gemist en wilde mijn aantekeningen overnemen. Om de een of andere reden moest hij nogal lachen om wat ik had opgeschreven. Ik snapte niet wat er zo leuk was, maar dat werd me later wel ingepeperd. Ik bleek het woord crisis consequent verkeerd te spellen; ik schreef crisus.
Nog weken daarna riepen mijn klasgenoten de hele dag dingen als: Crisús, wat heb je met je haar gedaan? Crisús, wat heb je nou weer aan? Crisús Nynke, kijk niet zo kwaad! Lachen ja, ik kan daar nog steeds om lachen. En ik zal nooit meer vergeten hoe ik crisis moet spellen. Maar ik blijf het een raar woord vinden. Zo eigenwijs ben ik wel. Crisus drukt veel beter uit wat er aan de hand is.
Dat heb ik met meer woorden. Sommige woorden schrijf je heel anders dan je zou denken. En voor sommige woorden hou ik mijn eigen(wijze) spelling ook gewoon aan. Het woord chagrijnig is wel het beste voorbeeld. Chagrijnig is een veel te netjes en ingetogen woord, er zit veel te weinig emotie in. Je moet erover nadenken, terwijl je het er juist lekker uit wil gooien. Als ik me kwaad maak dan ben ik niet chagrijnig, nee zeker niet. Als ik me echt kwaad maak dan ben ik sjacherijnig! En crisús, berg je dan maar….
Sorry, the comment form is closed at this time.